De Hotelrede van Micha Wertheim
Ik heb dezelfde trui aangetrokken. Dat je niet denkt dat ik zomaar iets aan heb. Goed. Één kussen is echt genoeg. Één kussen voor één hoofd, en heel misschien een extra kussen ergens hoog in een kast, maar vier grote kussens en zes kleine kussentjes is veel te veel. Er is niemand met zestien, die met zestien kussens slaapt, ook de koningin van Engeland niet. Die heeft, zoals verreweg de meeste hotelbezoekers, namelijk maar één hoofd. Het is sympathiek dat u rekening houdt met de mogelijkheid dat er een siamese tweeling in uw hotel komt logeren, maar ik stel voor dat u in dat geval gewoon vraagt of ze een extra kussentje willen.
Ik ben een volwassen man, sinds mijn 12e neem ik geen knuffels mee als ik uit logeren ga. Meneer Beer, Piep de Muis, Hondje Pluis, Doekje, Dino, Kiki, Apie, ze liggen allemaal al heel lang thuis bij mij in een doos, en voor ik ze mijn bed uitzette hebben ze altijd prima zonder kussentjes bij mij in bed geslapen. In het bijzonder onwaarschijnlijke geval dat ik zou besluiten mijn knuffels mee naar uw hotel te nemen kunnen ze prima zonder een eigen kussentje. Het enige dat al die kussentjes bij mij op het bed, voor mij betekenen is totale paniek, een paniekaanval, dat is wat ik krijg, want waar moet ik al die kussentjes leggen als ik ze van het bed haal? Gewoon op de grond vind ik vies en respectloos naar de mensen die mijn kamer op moeten ruimen. Op het bureautje dan maar? Maar wat als ik dan ’s nachts opeens de aandrang voel om een roman te schrijven? Dat kan niet, want het bureautje ligt opeens vol met die kussentjes. En nu hoor ik u denken: wie gaat er nou midden in de nacht in een hotelkamer een roman schrijven? Wel nu, die vraag zou ik willen beantwoorden met de wedervraag: waarom staat er in ieder hotel in Nederland, een hotel, een bureau dat te klein is om op te werken? Of is het de bedoeling dat ik die kussens op de stoel leg? Nee, want die stoel is om op te zitten, daar heb ik voor betaald, dus die prop ik, prop ik de kussentjes maar in de vensterbank waardoor het gordijn niet dicht gaat, waardoor ik om half 6 wakker word door het kierende ochtendlicht.
En die bedloper van jullie, daar heb ik ook geen behoefte aan. Die heb ik niet gevraagd, die hoef ik niet. Die bedloper heeft niemand nodig, niemand. Ik weet niet of ik ‘m viezer vind, wat ik viezer vind, dat stoffige lapje zelf of de naam, bedloper, het voelt, het ruikt naar incontinentie. Wie heeft in godsnaam bedacht dat ik in mijn hotel over mijn bed moet lopen? Ik kom op die kamer om te slapen, dat is waarom ik een hotel heb geboekt, niet omdat ik voor het slapen nog een wandelingetje op mijn kamer wil maken, en als ik echt heel sterk de aandrang voel om een wandelingetje door mijn kamer te maken hoeft die niet over het voeteneinde van mijn bed te gaan, er is geen bedloper nodig. Wat moet ik met die bedloper? Denken jullie echt dat een ongewassen lapje stof mij een gevoel van luxe geeft? Dat ik bij het zien van die mengeling tussen een sprei, een dweil en een deurmat even het gevoel heb dat ik even rijk ben als de sjah van Perzië? En waarom moet ik de bedloper leggen als, waar moet ik de bedloper leggen als ik zelf wil gaan slapen? Moet ik dat vieze ding dan eerst vastpakken, opvouwen en onder het bed schuiven? Denken jullie echt dat mij een gevoel van luxe bekruipt als ik bij aankomst in mijn hotel eerst een half uur in de weer ben met het opruimen van kussens en een bedloper? Ik nam dat hotel nu net om een keer niet zelf op te hoeven ruimen. Ik neem een hotel om te ontspannen.
Maar dat mag blijkbaar niet, want zelfs het uitzetten van het licht is een puzzel die vaak een uur van de nachtrust afpakt. Het is natuurlijk heel leuk, al die lampjes en knopjes waarmee nooit het goede lampje uitgaat en er altijd weer ergens een lampje aangaat, waarna je naakt naar een lamp moet gaan die niet uit wil om het peertje eruit te draaien, om vervolgens je nek te breken over de bedloper die op de grond lag, die je niet zag omdat het licht uit was. Één nachtlampje en een grote lamp is echt meer dan genoeg. Als ik heel veel verschillende soorten lampjes wil proberen, dan ga ik wel naar de IKEA.
En als jullie dan toch de kamer een keertje ergonomisch in gaan richten, hang de thermostaat dan eens niet bij de deur, maar bij het bed. Dan kan ik als ik ’s nachts wakker lig, omdat jullie die kamers altijd opstoken alsof het een Finse sauna is als ik om 11 uur ’s avonds binnenkom, tenminste uitzetten zonder dat je eerst erachter moet komen hoe al die lampjes weer aan gaan, alvorens ze weer uit te doen.
En wie van jullie heeft eigenlijk bedacht dat het mij een gevoel van luxe zou geven wanneer het onderste wc-papiertje is opgevouwen tot een driehoekje? Denken jullie echt dat ik dan pas geloof dat alles lekker schoon is? Want als je wil laten zien dat alles lekker schoon is, kan je er ook voor kiezen om alles lekker schoon te maken. Zo werkt dat in de rest van de wereld ook, daar hebben we echt geen wc-origami voor nodig. Als ik dat kunstnijverheidsprojectje op de wc-rol zie, dan denk ik vooral: bah, er heeft iemand met zijn vingers aan het wc-papier gezeten waar ik straks mijn gat mee af wil vegen. Dat opgevouwen wc-papiertje voldoet op geen enkele manier aan mijn wens met rust gelaten te worden, omdat ik niet wil dat de mensen van housekeeping met een oogopslag kunnen zien dat ik heb zitten poepen als het wc-papiertje niet meer is opgevouwen, met als gevolg dat ik na ieder toiletbezoek wanhopig het papiertje probeer terug te vouwen, wat met natte handen niet lukt.
En nu we het toch over de badkamer hebben, waarom denken jullie dat wij hotelgasten allemaal smetvrees hebben? Als ik naar een restaurant ga liggen er ook geen papieren dekseltjes op de glazen waar ik uit ga drinken, nooit, dat komt omdat we ervan uitgaan dat de mensen in het restaurant die glazen keurig schoon hebben gewassen. Je kan het ook zien aan een glas dat het schoon is. Waarom denken jullie toch dat ik dat vertrouwen in een hotelkamer niet zou kunnen opbrengen? En dan moet je iedere keer maar hopen dat de bekertjes van glas zijn, want soms zijn ze van plastic en dan zijn ze om onverklaarbare reden geseald in een plastic zakje dat zo goed dicht zit dat de bekertjes negen van de tien keer knappen bij het moment dat je het zakje opentrekt, waardoor ik mijn tanden poets en moet spoelen met gebroken, lekkende bekertjes. En dat cellofaantje wat dan overblijft, is dat echt zo verschrikkelijk goed voor het milieu? Want als ik dat verhaal lees over de handdoeken die ik op de grond moet gooien om het milieu te redden en de planeet te redden, zijn jullie erg bezorgd over de toekomst van de planeet. Nu ben ik ook bezorgd over de toekomst van onze planeet, maar gaan we die echt redden door met handdoeken op de grond te gooien? Is het niet een idee om hotels alleen open te stellen voor mensen die op loopafstand van het hotel wonen? Dan voorkom je dat gasten de vliegtuigen nemen. Ik zeg niet dat we daar de wereld mee redden, maar ik vermoed dat minder vliegen beter voor het milieu is dan handdoeken op de vloer smijten. Maar gek genoeg staat er in geen enkel hotel een kaartje met de suggestie om samen het milieu te redden door niet meer op vakantie te gaan. Nee, handdoeken, die moet je op de grond gooien, zo gaan we de wereld redden. Maar goed, ik ben geen wetenschapper, het zou zomaar kunnen dat handdoeken een belangrijke bijdrage leveren aan het, aan de opwarming van de aarde. Zou het in dat geval niet een idee zijn om iets minder verschillende maten handdoeken voor me klaar te leggen? Één handdoek waar ik alles mee kan doen, en niet acht verschillende handdoeken die zo op een stapel liggen dat je ze allemaal om moet gooien om de grootste te pakken, waarna ik weer een kwartier bezig ben om die handdoekjes netjes op te vouwen uit angst dat ze toch in de wasmachine verdwijnen en ik uiteindelijk verantwoordelijk ben voor de rijzende zeespiegel.
Sowieso wonderlijk dat jullie geloven dat er überhaupt nog mensen zijn die zich in een hotel durven te douchen. Ik ben al in geen jaren meer onder de douche gaan staan in een hotel. Ik kijk wel uit. Daarvoor zijn die kranen simpelweg te ingewikkeld geworden. Je kan ze allemaal draaien, trekken en buigen, maar ze doen nooit wat je denkt dat ze gaan doen. Ik vermoed dat het makkelijker is om een openhartoperatie uit te voeren dan om te doorgronden hoe de gemiddelde hotelkraan bediend dient te worden. Hoe vaak ik niet met de brandwonden onder de douche vandaan ben gestapt, enkel alleen omdat ik de regendouche uit wilde draaien, maar in werkelijkheid al het koude water afsloot waardoor ik terechtkwam onder een waterval van gloeiend heet water, waardoor mijn huid er na het douchen uitzag alsof ik een week naakt door de Sahel had gewandeld.
Nu we het toch over kokend heet water hebben, waar halen jullie die minuscule waterkokertjes vandaan? Uit de kaboutersupermarkt? En als je theezakjes neerlegt, is het dan niet ook een idee om theeglazen neer te zetten in plaats van espressokopjes waar een vol theezakje niet eens in past? Als ik kabouterspullen wil zien, koop ik wel een kaartje voor de Efteling. Waar trouwen net als bij de betere hotels allemaal mannen met idioot hoge hoeden en rare pakken bij de ingang staan. Wie heeft dat bedacht? Hoe belachelijker het pak, hoe chiquer het hotel? Ik snap dat jullie je willen onderscheiden, maar kan dat echt alleen door je portier te dwingen in vernederende kleren voor de deur te staan? Geloof me, ik ga graag naar het theater en ik ben dol op goochelaars, die dragen ook een hoge hoed, maar dat is omdat ze er een konijn uit moeten trekken. Die hoed heb je niet nodig om een deur open te houden. Sterker nog, u heeft helemaal geen personeel nodig om deuren open te houden. Natuurlijk, er zijn mensen die zelf geen deur kunnen openmaken, maar die gaan meestal niet naar een hotel, maar naar een revalidatiekliniek, waar de deuren dan weer automatisch opengaan.
Luister, ik werk niet bij Randstad, maar ik durf toch met zekerheid te beweren dat hotels prima zonder gekke pakjes kunnen. Zelfs hotels die zichzelf boutique hotels noemen, want laten we wel wezen, boutique hotels bestaan helemaal niet. Als jij als hotelier besluit een pension te openen in een pand met allemaal drempels, trappen, te lage plafonds en te dunne muren, noem het dan geen boutique hotel, maar een inschattingsfout. Mij zal je er niet over horen, ik heb me in mijn leven ook vaak vergist, maar probeer je eigen vergissingen niet goed te praten door er dan maar een Frans woord op te plakken en de lading, op, die de lading op geen enkele wijze dekt. Of, het is eigenlijk heel simpel, of je hebt geld en dan slaap je in een hotel, of je hebt geen geld en dan moet je slapen in het portier van een boutique. In een boutique kan je niet slapen, een boutique is een winkel, in een winkel is alles te koop. Een hotel waar alles te koop is heet een bordeel, dus ophouden met boutique hotels, maar gewoon zeggen wat het is: een heel onpraktisch pand met veel te weinig licht, veel te grote schemerlampen en veel te hoge prijzen. Tot zover mijn laatste recensie op Booking.com.
Ik zal eerlijk zeggen, er is maar één ding waar ik slechter tegen kan dan alle onnodige tierelantijntjes in hotels, en dat is de vragenlijst die ik iedere keer in moet vullen als ik ergens heb gelogeerd. Ik ben bewust niet gaan werken bij de Guide Michelin. Het voelt vaak als huiswerk, dan denk ik: oh lekker, een hotel, maar dan denk ik: nee, straks komt die mail, ‘we zijn zo benieuwd en wat u ervan vond’, en voor je het weet ben ik een dag later klaar dan ik gehoopt had. Maar goed, ik ben niet gevraagd om mijn recensie op Booking voor te dragen, maar om u allemaal een spiegel voor te houden. Die zijn er altijd, twee spiegels, op iedere hotelkamer. De gewone, waar een lijstje van gedempt ledlicht omheen hangt, en waar er alles mooi en zacht op uitziet. U begrijpt, mijn voorkeur gaat uit naar dat kleine holle spiegeltje dat je naar je toe kan trekken waarop ieder puntje op je neus er plotseling uitziet als een truffel van 90 euro.
Welnu, als ik die aan u voor zou houden, kan ik niets anders zeggen dan: stop er gewoon mee, hou ermee op, stop met het dansen naar de pijpen van al die verwende gasten bij wie jullie het toch nooit goed kunnen doen. Een hele week ja-knikken jullie voor die mensen, om vervolgens op Booking te lezen dat jullie het niet goed gedaan hebben, ik zou per direct het voorbeeld volgen van Marco Goecke en nou ga ik proberen te kijken of de meneer van de techniek erin geslaagd is om mijn PowerPoint te doen die ik hem net drie tellen geleden in de hand heb gedrukt. De Duitse, dankjewel, dat is de eerste slide, is gelukt. De Duitse choreograaf die deze week het nieuws haalde, ik weet niet of jullie het hebben gezien, ik lees even voor: zaterdag kwam Goecke in de foyer van het theater in Hannover een recensent tegen die zijn dansvoorstelling middelmatig had genoemd. Daarop haalde hij een plastic zak met hondenpoep tevoorschijn en wreef hij die met een open krant in haar gezicht. Ik geef toe, dat is niet netjes, maar ik vermoed wel dat het verschrikkelijk op zou luchten. Daarom, waarom zou je al die verwende mensen maar blijven verwennen?
Ik ben geen onderdeel van de klimaatcrisis, ook een slide, gestolen weliswaar van net, volgende. Tik. Zie je, ik heb opgelet. Door toerisme aan te wakkeren? Maar je helpt juist mensen die het echt nodig hebben. Pats, volgende. We gaan nu door, zie, er zijn, het is een heel ingewikkeld, moet ik heel eerlijk zeggen, dit grafiekje is me niet helemaal duidelijk, maar ik zat ernaar te kijken en opeens schrok ik heel erg, want je ziet, daarboven, dat is ingenieurs, dat is een balletje, dan heb je artsen, maar dan kom je hier en er zijn allemaal balletjes waarvan het niet helemaal duidelijk is, dan ben ik in gaan zoomen, mag ik de volgende …
Maar goed, zoals Albert Einstein zei… Goed, maar ik, dat wil helemaal niet zeggen dat er geen kansen liggen voor mensen die wel in het hotelwezen door willen, want ik zie jullie allemaal, jullie willen zo graag die verwende mensen helpen. En natuurlijk zijn die kansen er. Zo zag ik deze week een startup die een soort platform had ontworpen waarmee ze terroristen, potentiële terroristen van een plattegrond voorzien, waarmee ze precies kunnen zien hoe je een gast, een hotel, nou, laat maar even zien, de volgende slide. Expect Mayhem, heet het, en dan krijg je dus een plattegrond, en dan kan je dus met een first shooter, kan je het helemaal oefenen, hoe je dat, hoe je de aanval wil… Maar goed, ik wil u niet verder laten piekeren over hoe het verder moet. Nou, volgende slide. Er zijn natuurlijk heel veel mogelijkheden. Bijvoorbeeld deze, nou realiseer ik me dat ik die… Ja, zie je, daar zou je dus een hotel kunnen neerzetten. Location, location, location.
Maar goed, laat je in ieder geval niks wijsmaken door een uitzendorganisatie die als logo een dwangbuis heeft. Ik bedoel, die gaan zeggen wat goed voor het personeel is, laten we wel wezen, goed zo. En laat ook niet, laat u ook niet gek maken door de mensen die beweren dat het uitzicht op hun kamer zo verschrikkelijk belangrijk is, dat het klopt op Booking, kijk, het lijkt allemaal natuurlijk heel oneerlijk, die mensen hier, die, maar als je goed kijkt is het wel degelijk gewoon dezelfde kamer, alleen het uitzicht is iets minder verontrustend, want, en het is, ik heb niet zitten fotoshoppen, maar als we naar de volgende gaan, dan zien we die andere kamer, en dan moet je even heel goed kijken. Nog één volgende slide? Nog één volgende slide. Daar zijn de terroristen al binnen. Dan slaap je niet lekker. Het is echt de foto die die gebruikt heeft. Oké, niet mijn keuze. Kortom, laat je niet gek maken, en voor iedereen die een slechte review geeft is er eigenlijk een heel erg makkelijk middel dat ik eigenlijk altijd bij me heb. Plak het eroverheen en ga lekker borrelen. Dank u wel.