DE HOTELREDE 2019

De Hotelrede van Jan Jaap van der Wal

22 november 2019, NH Collection Grand Hotel Krasnapolsky

Wat een ongelooflijk grote eer dat ik in dit, mag ik het woord sfeervol noemen, sfeervolle zaaltje voor jullie de Hotelrede 2019 mag uitspreken. Het is tevens een uitvaart. Ik weet niet van wie maar zal iets van de Bastion Groep zijn, denk ik, zoiets. Maar u mag allemaal uw krans neerleggen. Maak daar ook maar een foto van.

 

Ik heb genoten Stef, waar ben je, van je speech. AH Stef, heel goed. Ik had nog wel één vraag Stef? En dat is toch wat wij ons allemaal wel afvragen weet je wel, waarom zou je als je het gaat hebben over waar mensen zich zorgen over maken, waarom zou je dan bij die slide een plaatje zetten van iemand die in de lucht wordt gegooid op een festival? Maar goed, dat zijn van die dingen waar ik me dan gewoon… Dat je denkt van nou, ik doe dit plaatje gewoon. Maar je kunt van alles kiezen weet je wel. Je kunt ook Donald Trump neerzetten. Dat is ook iemand die met hotels iets te maken heeft.

 

En ja, het is gewoon altijd bijzonder omdat ik ben hier al de hele tijd, ik zie u natuurlijk binnen komen, allemaal met een grote glimlach om jullie mond en dat je denkt van nou, ik ben lekker bezig, weet je wel. Nee, maar toch dat denken jullie allemaal. En feitelijk hebben jullie ook geen enkele reden om te denken dat jullie niet lekker bezig zijn. En jullie hebben een mooi vak, jullie hebben mooie gebouwen waarin jullie mogen werken, waar jullie de baas van zijn. En dan kom je hier weet je wel, dan komt er gewoon een gast van ABN AMRO en die zegt: ja, meer bejaarden gewoon, er moeten meer bejaarden in jullie hotels. Ja, en trouwens kom niet meer bij ons om geld vragen, doe dat bij de overheid.

 

Kortom, jullie hebben alle reden om je zo meteen helemaal klem te zuipen en terecht, en terecht. Maar goed blijkbaar hebben ze in Zaandam andere problemen. Dat is ook wat we hebben geleerd. Hoe hoog kun je je toeristenbelasting doen hè in Zaandam? Voor wat eigenlijk? Voor Zaandam. Dat is ook knap. Maar goed.

 

Nee, het is inderdaad waar, ik ben in die zin een hotel geboren. Als je zou willen zeggen dat mijn professionele leven, mijn leven als komiek, inderdaad in een hotel geboren is. En inderdaad niet zomaar een hotel. Het Hilton hotel. En het was eind september van het jaar 1997 toen ik op een vrijdagavond binnenkwam in het Hilton hotel, tenminste in Toemler, in het voormalig barretje Juliana, wat ook een soort van comedyclub was eigenlijk hè. Maar goed, ik kwam daar binnen en ik weet het nog heel goed, ik was zeventien jaar en ik was net aangenomen als comedian bij de Comedytrain. En in die tijd mochten wij nog, dat had Raoul Heertje geregeld, in de kelders van het Hilton, dus achter de schermen zal ik maar zeggen, kregen wij tussen alle techniekhokken in en alle keukens in en alle spoelkeukens, een klein hokje. Een klein kleedkamertje, was dan voor ons en wij moesten dus via allerlei deuren en met pasjes en codes en uh… En ik weet nog heel goed dat ik daar op die vrijdagavond met knikkende knietjes binnenkwam en dat daar zaten Theo Maassen en Hans Teeuwen gebroederlijk en dat die tegen mij zeiden: ah, jij bent die nieuwe. Nou en zo is het ongeveer een beetje begonnen.

 

Uiteindelijk is mijn leven natuurlijk net als dat van jullie prachtig hè, anders waren we hier niet op deze uitvaart. Maar mijn leven heeft ook vaak en veel in het teken gestaan van hotels. Ik ben nu niet meer woonachtig. Ik heb hierachter gewoond op de Nieuwmarkt. Ik woon nu in Antwerpen. Ook schitterend.  Mijn liefde voor Vlaanderen is ook daadwerkelijk ontstaan in een hotel. En toen ik gevraagd werd om vandaag voor jullie deze hotelrede te doen, dacht ik: voor deze mensen wil ik graag spreken. Omdat jullie staan voor mij symbool voor creatieve mensen. Jullie hoofden werken anders dan normale mensen hun hoofden werken.

 

Dit was in een hotel in Gent, dames en heren. En dit is, waarom ik verliefd werd op Vlaanderen. Ik zat in een kamer en ik wilde het internet. Ik wilde de code. En zoals jullie weten, dat is geen wachtwoord, dat is een wachtalinea. Ik weet niet wie dat bedacht heeft, maar jullie bedenken allerlei rare codes met letters, uitroeptekens, hekjes, een Q, een X en een grote 2 en dan iets met een P. Nou in ieder geval, die jongen die las het aan mij voor, het was een wacht-zin, en hij zei tegen mij: en het eindigt meneer, het eindigt dan bij BCCK en toen zei die: da’s B van Barcelona, C Cuba, Cuba Kokosmelk. Maar serieus, en ik dacht: wat gebeurt er in het hoofd van deze man? Toch? Dat die denkt: ik moet een ezelsbruggetje verzinnen, daar gaan we. Topografie, ik hou het niet vol, ku.., voedsel. Nou fantastisch.

 

En het zijn vaak dat soort dingen die ik mee maak in een hotel. Ik weet nog heel goed. Ik werd net aangekondigd, en terecht, als iemand die in Leeuwarden geboren is. Zijn er Friese mensen in de zaal toevallig? Ja, toch nog wel een paar. Maar ik was in Leeuwarden, ik sliep in hotel Het Stadhouderlijk Hof, prachtig, in Leeuwarden. Ik kom daar vandaan. Ik kende de plek ook. Het was vroeger een mooi Provinciehuis, Gemeenteachtig huis en nu was het een hotel en ik kwam daar aan, het was ’s avonds laat, ik had er opgetreden en ik had een kamer geboekt. En zoals dat gaat met Friese mensen, nou goedenavond, goedenavond, hai, hai, hoe gaat het? Ja, goed, best, nou best. En er was een probleem. Wat helemaal geen probleem was namelijk alleen de bruidssuite was nog beschikbaar. Ik zei: nou dat is geen enkel probleem, ik doe dat. Ik kwam aan in de bruidssuite en het mooie is van zo’n bruidssuite, het is groot. Jullie kennen dat allemaal. Het is ook een beetje een belachelijke suite weet je wel, alles is té groot. Het bad was te groot, en ik denk: ja, ik wil toch in bad. Ik was een beetje dronken, had ik erbij moeten zeggen hè. En ik dacht: ik wil toch in bad. Ik liet dat bad vollopen, tweeëneenhalf uur later kon ik erin en was ik moe. Dus ik heb denk ik vijf minuten in dat bad gezeten. En het mooie is van dit hotel, nogmaals ik lag in de bruidssuite, dit is wat er gebeurde. De volgende ochtend zeven uur, zeven uur ’s ochtends, kwam de housekeeping binnen, en housekeeping was niet Pools, Roemeens of zoiets, nee was Fries. De housekeeping was Fries. Dus wat er gebeurde, ik hoor de deur open gaan, ik zie een hoofd om de deur heen gaan en ik hoor een vrouw zeggen: hij slaapt nog. Dat je denkt: oké. Het is de bruidssuite weet je wel. Maar wat is het beleid van de bruidssuite? Gewoon om half acht: jongens ontbijten, het is nu wel goed geweest en dat was de huwelijksnacht.

 

Het is helder in hotels. Dat is wat k mooi vind. Het is helder. Als je in een hotel gaat, de afspraak is helder. Je wordt goed verzorgd. Je hebt privéruimte, mensen laten je met rust. En uiteindelijk betaal je net zoveel als parkeergeld in Amsterdam, hebben we net gehoord. En dat is een goeie prijs. En dat is zo fijn eraan. Dat is zo prettig. En alle boodschappen, en dat vind ik ook mooi als komiek, alle boodschappen die je krijgt van personeel, van hotels, het is nooit direct, het is allemaal beleefd, het is allemaal via een omweg, het is een beetje Vlaams zou je kunnen zeggen. Je weet nooit helemaal waar je aan toe bent. Kruisherenhotel dames en heren, Maastricht, u kent het allemaal, het is een prachtig hotel, de ingang is magnifiek, dat goud, dat koper, ik weet niet wat het is, het is prachtig. En ik heb daar een show gemaakt, geschreven. Regelmatig als ik een show moest maken, dan ga ik een paar dagen in een hotelkamer, dan sluit ik mijzelf op met alle artikelen, grapjes en dingetjes die ik bedacht heb, en uiteindelijk komt er dan een show uit. Deze show had ik gemaakt in Maastricht, in het Kruisherenhotel. En ik was daar aangekomen en twee dagen later kwam ik bij de receptie en er was iemand die zei: meneer wij hebben uw auto voor u gewassen. Kijk dat is mooi hè? Dat is mooi. We hebben uw auto voor u gewassen. En ik heb dat nagevraagd en het bleek dat mijn auto gewoon eigenlijk te vies was om voor de ingang van het Kruisherenhotel te mogen staan. En dat is mooi, weet je wel. Eigenlijk willen ze zeggen: meneer, uw auto dat slaat eigenlijk helemaal nergens op. Maar dat is het mooie aan hotels, dan wassen ze ‘m, weet je wel. Maar dan voel je je toch een beetje schuldig daarna. Fantastisch hotel.

 

Nee, het is in die zin helder. Je weet waar je aan toe bent. Je weet in welke rust je terecht komt en je weet dat er voor de rest geen enkele druk is. En wat dat betreft zou ik u willen vragen, een aantal van u zal dat waarschijnlijk nooit doen of ook nooit gedaan hebben, dat we toch echt in de hotelwereld ermee op moeten houden, dat je als klant een hotelkamer binnenkomt en dat er na een minuut of drie een tv aanspringt waarop dan staat: Hello mister Van der Wal. Daar moeten we mee ophouden. Ik weet niet, ik zie u allemaal denken: ja, bij ons gebeurt het niet. Nou waarschijnlijk wel. Waarschijnlijk wel want ergens heeft iedereen toch bij jullie gedacht: dat is een goed idee. Dat gaan we doen. Dat geeft de klant een soort welkom gevoel. Terwijl het omgekeerde is waar: je schrikt je helemaal de tyfus en je denkt alleen maar: waar hangen allemaal camera’s en ze houden mij in de gaten. Dat is het effect wat je hebt.

 

Te luxe kan ook, te luxe. Ik heb dat in Nederland niet meegemaakt, te luxe, nee. Nee, sorry, daar kunnen we heel kort over zijn. Het is fantastisch hè, de hotels die ik noem, Kruisherenhotel, ik heb in hotel De Ville in Groningen een show geschreven. Ik heb in hotel Pincoffs in Rotterdam een show geschreven. Dat zijn allemaal prachtige plekken. Maar het echte en het luxe dat het ook weer verwarrend wordt, dat heb ik alleen maar in het buitenland meegemaakt.

 

Ik kom graag in Soho House dames en heren, ja. En dan weten wij, wij kunnen mekaar dan aankijken en dan weten we waar we mee te maken hebben hè? Iemand met geld. Nee, dat is onzin. Nee, ik verwen mijzelf en mijn vrouw graag een keer per jaar en dan gaan we naar New York naar het Soho House in New York op Manhattan. Fascinerend, fascinerend. Dat is te luxe, ook voor mij. Dat is té luxe. Toch dat je denkt: dit is een wereld waar ik eigenlijk niet thuis hoor. Want u weet het, u kent het concept van Soho House natuurlijk allemaal, je wordt lid van een club. Dus je slaapt in het hotel maar je bent ook lid van een club waarvan ik en mijn vrouw eigenlijk al vanaf seconde één wisten: wij zouden in geen enkele omstandigheid ooit lid kunnen worden van deze club. Dus de enige reden dat we lid zijn van deze club is omdat we in het hotel slapen. En op de een of andere manier al die mensen voelen dat. Dat voel je ook. Al die mensen voelen dat, die denken: ahh ja, dat is een gast. Weet je wel. Maar je wilt het gevoel hebben: dat is iemand van de club. Maar dat kan ik niet uitstralen.

Sowieso new York, ik raak daar totaal van in paniek. Als je daar koffie moet bestellen dan moet je dat uit je hoofd leren toch? Je moet uit je hoofd leren wat je wil, dat moet je repeteren en dan moet je naar binnen lopen en dan meteen bestellen want anders ben je af en dan ben je pas om vijf uur ‘s middags aan de beurt. Ik ben daar ooit helemaal naar binnen gelopen, helemaal gepracted met helemaal precies wat ik wil en toen zei die vrouw: to drink here or to take away sir. En toen zei ik: take away sir. En uh ja, ik ben het volkslied gaan zingen, voor de zekerheid. Je weet het gewoon niet. Dus dat gevoel bekruipt ons altijd als wij daar toch zijn. De mensen van de receptie zijn de mensen van de receptie maar dat zijn natuurlijk ook hele hippe en jonge leuke mensen in New York die je ook meteen het gevoel geven van: jij bent niet lid van de club maar toch fijn dat je hier slaapt. Het meest briljante voorbeeld daarvan was dat ik op een gegeven moment met de meneer van de receptie stond te praten, want ik moest iets weten, en achter mij liepen mensen die de lift in gingen om naar dé club te gaan. Members van de club. Maar deze man achter de receptie dacht: ja ho ho ho, ik heb een opdracht gekregen, niet iedereen mag zomaar naar boven gaan naar de club. Dus die ging over mij heen roepen: sorry sir, sorry sir. En iemand anders, een collega van hem, die deed heel subtiel, die deed dit… zo… Maar die jongen had het niet helemaal door. Die denkt: neen hallo, ik heb één taak, ik moet mensen tegenhouden die niet in de club horen. Die zei: sorry sir, sorry sir, please sir. En die andere vrouw die deed…. En toen keken we met z’n allen om en toen keken we recht in het gezicht van Richard Branson. Nou dan weet je dat je in principe te gast bent in het hotel inderdaad. En dat is ook een hotel dat was ook te luxe in de zin dat het luxe was die ik niet helemaal begreep ook. Ik weet nog dat wij de eerste dag daar waren in het Soho House, mijn vrouw en ik… Richard Branson. Ik denk ik noem dat effe weet je wel, dan komt dat in de compilatie en dan is er toch iemand die denkt: hè hoezo? Dat is leuk hè, dan denkt ie nou maar dat is een vriend van Richard Branson. Nou en op die manier kom ik in alle clubs.

 

Maar in ieder geval, ik was daar dus met mijn vrouw in de hotelkamer en we hadden uitgecheckt en  seks gehad zoals je dat altijd in een hotel, kijk dat filmt die niet, ik weet precies wanneer ik wat zeg, snap je. En in ieder geval op een gegeven moment werd er aan de deur geklopt. Dit is te luxe. En er kwam een gozer met een karretje en die zei: Cocktail sir. Snap je? Dat kwam bij mij niet naar binnen. Dat concept. Dat er dus iemand cocktails komt maken om half zes in de vooravond. Dus ik zei: no thank you. En ik heb de deur weer dichtgedaan. Dat is mijn probleem een beetje met te luxe, dat ik het niet helemaal begrijp. Dus daarom is het fijn dat we hier in Holland zijn.

 

Het fijnste is toch inderdaad de duidelijkheid en dat er een soort liefde is uiteindelijk. Uiteindelijk is dat wat jullie toch het meest verkopen aan iedereen: liefde. En natuurlijk ik heb Jort ook gehoord vorig jaar, er zijn talloze hotels maar daar hebben we het nu niet over, die te clean zijn, die te licht zijn door de tl-balken. Maar uiteindelijk of het nou over het Kruisheren gaat of over hotel V in Amsterdam, het is liefde wat er verkocht wordt. En het is liefde waar niet iemand op z’n borst staat te kloppen. En dat is ook mooi. Jullie helpen toch op de een of andere manier mensen vanaf de achtergrond. En dat is ook het enige wat wij kunnen doen in ons leven. We leven in een extreem rijk land, economisch gaat het eigenlijk allemaal heel goed. De ABN heeft geen last van jullie. Nou dat is toch fantastisch weet je wel. Je wil niet weten hoe vaak Stef naar dingen moet gaan en dat die zegt: ik krijg nog geld van jullie. Hè en ik ga pas weg als ik al het geld heb. Maar hier, er is geen enkel probleem. We leven in een fantastisch land en het enige wat we kunnen doen is mensen op een soort niet economische, op een liefdevolle manier helpen om ze verder te brengen in het leven. En ik probeer dat ook te doen. Op mijn dagelijkse basis. Vandaag nog. Ik moest afrekenen in de supermarkt en er zat een meisje achter de kassa. Moeilijk, een moeilijke uitstraling. Moeilijke uitstraling. En ik dacht: zo’n meisje moet je ook helpen. En ze vroeg aan mij: heeft u er nog dertig cent bij. Ik zei: nee. Zei ze: oh. Ik denk ja joh, wees dan consequent, weet je wel. Heeft u er nog dertig cent bij? Nee. Nou sorry dan gaat het hele feest niet door. Dan scan ik het gewoon weer terug allemaal. Maar zo’n meisje moet je verder helpen. Anders blijft ze zitten waar ze zit en dat is niet goed. En ik moest dertig euro afrekenen. Precies dertig euro. En ik gaf d’r vijftig en ik zei: wil je er dan misschien nog drieënzeventig cent bij. En toen ging ze heel erg lopen nadenken zo… Want dan is ze toch effe bezig geweest, snap je. En daar gaat het om. Het zijn die kleine cadeautjes, zoals ik dat wel eens noem.

 

Want ja, een hotel is natuurlijk ook allang niet meer een plek waar je even slaapt en de volgende dag weer doorgaat. Het is een belevenis. Mensen leven ernaar toe, mensen staren en mensen zoals ik maken een show daar. Dus dat is van levensbelang. Er gebeuren dingen in die kamers waar jullie bij wijze van spreken geen weet van hebben, maar toch heb ik ergens het gevoel dat jullie het allemaal wel snappen. En dat is goed. En dat is krachtig.

 

Ik bedoel ik ben nog uit die tijd inderdaad, ja je ging naar een hotel om te slapen. Je ging naar een winkel om iets te kopen. Maar die tijd is helemaal veranderd. Het is allemaal een belevenis geworden. Ik woon in Antwerpen, dat zijn ook geen winkels meer, het zijn allemaal belevenissen. Het ergste is de Nespressowinkel. Ik weet niet of u daar ooit geweest bent, dames en heren? Dat is geen winkel meer, dat is een instelling voor zieke mensen. Daar werken zieke mensen. Bij de Nespressowinkel daar werken mensen met een extreme laag zelfbeeld en mensen met een extreme vorm van verlatingsangst. En die hebben ze allemaal daar te werk gesteld in vrij zwarte kleren in een donkere ruimte zodat je ze nauwelijks ziet. Maar het is echt ongelooflijk. Je komt er binnen en er staat meteen een meisje ‘hallo’, dat je denkt: oké. IK weet niet waar u vandaan komt maar dit is schrikken. En die zegt: zullen we een kopje koffie drinken. Dat je zegt van: nou nee sorry, ik wil koffie kopen. Kan dat ook? En ze zegt: maar ik wil heel graag een kopje koffie met u drinken. Dat je denkt: volgens mij heb jij er al heel veel op. Dus doe rustig. Ik zei: ik wil koffie kopen, kan dat ook? Ja maar meneer, wij hebben een hele nieuwe lekkere smaak uit Brazilië, die wil ik u graag laten proeven. Ik zeg: maar ik wil het kopen, kan dat ook? En ze was geïrriteerd, dat merkte ik, ze was geïrriteerd. En ze ging achter het kassading lopen en ze vroeg aan mij: nou wat wilt u dan? Ik zeg: groen, paars, die smaak uit Brazilië, bruin en nog een keer paars. Nou ik kreeg het allemaal in een tasje. Kwam ze nóg een keer om het deskje heenlopen zodat ze mij fysiek vast kon pakken en toen zei ze: was dit het? Ik zei: ja, dit was het. Ik snap dat je dat moeilijk vindt maar dit was het. Ik ga nu. Mag ik gaan? Ik ga. En toen keek ze mij aan en toen zei ze: meneer, gaat alles goed met de machine thuis? Dat is wat ze aan mij vroeg. En ik keek zo van waar heb je het over? Gaat alles goed met de machine thuis. Ik zei: nee. Het gaat niet goed met de machine thuis. Hij houdt heel veel vocht vast aan de achterkant.

 

Snap je? Dat zijn belevenissen. Ik heb laatst een auto gekocht en dan ga ik daarna iets over hotels vertellen, maak je geen zorgen. Maar het gaat om hetzelfde principe, namelijk het moet duidelijk zijn. Ik ging een auto kopen. Ik had al tien jaar geen nieuwe auto gekocht. Ik had een nieuwe auto gekocht. Ik had ‘m afgerekend. Ik kwam aan bij de showroom. Dus ik dacht, ik krijg een sleutel en dan rij ik weg. Dat is ook niet meer. Er kwam een man die zei: daar bent u. Ik denk: o Jezus. En toen moest ik mee naar een andere ruimte, daar gingen de lichten uit. Daar ging een discobol aan en daar stond mijn auto met een doek eroverheen. En die man die zei, die deed dit zo… Ik zei: ja, ik denk een auto, stop de tijd. Ja, weet ik veel. Ik dacht, ik zit in een of andere debiele kwis of zo, wat is dit nou? En toen zei die man: ja maar dat is uw auto. Ik zeg: maar met een doek eroverheen. Nou, ik ben gewoon weggereden met die doek eroverheen. Ik denk ja…. Ik ben veertig jaar geworden zeg.

 

Dus daarom hè. Ik heb Soho House meegemaakt. Ik weet welke grens je ook over kunt gaan in gastvrijheid, in dingen verzinnen, in mensen zich ongemakkelijk laten voelen. Maar wat dat betreft, zijn de hotels die ik hier in Nederland heb ervaren, heb ik ze allemaal als prettig ervaren, ze zijn allemaal prachtig. In Vlaanderen heb ik nog niet zo heel veel ervaren maar dat zal ook ongetwijfeld goed zijn. En nogmaals, jullie doen belangrijk werk. Maar belangrijk werk op de achtergrond. En dat is werk wat vaak vergeten wordt, werk wat vaak geen naam heeft, waar niet iemand op te klakken valt. Tuurlijk je hebt ze wel de hoteleigenaars die zich op de voorgrond plaatsen. Maar goed, wat dat betreft, ik heb het Hilton meegemaakt. Is die er? Oké. Nou dan kan ik nog wel een verhaal vertellen toch, dames en heren? Ja, dat is toch wel leuk. Nou ja, nou, kijk het is een lieve man. Ja, hij heeft een klein autootje, maar het is een lieve man. Nee kijk, we hebben een comedyclub onder het Hilton Hotel in Amsterdam. En dat is een goed lopende club. Maar goed, je zit natuurlijk in het Hilton. Dus dat zijn huren en die gaan omhoog. Dus je zit af en toe in een bespreking en wat ik mooi vond, ik heb een avond meegemaakt met twee vrienden van mij en een van die vrienden van mij, die is bevriend met Wolfgang. Is Wolfgang er wel? Nee. Wolfgang was destijds de baas van Hilton Europa. Kijk, en dát is leuk om met zo iemand in het barretje van het Hilton te zitten, snap je, want dán snap je ook ineens wat hiërarchie betekent. Fantastisch. Nee, echt waar. Nee, dus je moet je voorstellen. Wij hebben best wel gedoe met de eigenaar van het Hilton vanwege Tumler. We gaan naar het Hilton om uit te gaan met de man van Hilton Europa en opeens is de man van Hilton Amsterdam onze beste vriend. Dat is leuk hè? En die vraagt… Ja, nee mar serieus, hij vroeg aan ons of de muziek zachter moest want er was een feest gaande. Nou fantastisch. Hebben we ‘ja’ gezegd. En toen zijn we weggegaan. Wat een kutavond hebben ze daar gehad. Maar in ieder geval, jullie doen werk en nu ga ik afsluiten jongens want jullie moeten nog borrelen met z’n allen hier, jullie moeten naar het work-in-dinner en jullie moeten nog met elkaar bespreken hoe je meer bejaarden naar je hotel gaat krijgen. Nou dat gaan ongetwijfeld lukken. Dat gaat ongetwijfeld lukken. ABN AMRO heeft er genoeg in het klantenbestand.

 

Jullie doen werk wat naamloos is maar zeker belangrijk. En ik wil jullie nog één verhaal vertellen over hoe ik zie dat dat gaat. Kijk, ik ben fan van weinig mensen. Ik ben fan van één man en dat is Keith Jarrett, een jazzpianist. Ik weet niet of je hem kent. Als je ‘m niet kent, google ‘m, het is fantastisch. Keith Jarrett ben ik fan van. Keith Jarrett heeft fantastische concerten gespeeld. Zijn belangrijkste en meest beroemde concert is het Keulen concert in 1976, als ik me niet vergis, in Keulen. Keith Jarrett was een rare man. Wij zijn allemaal een beetje rare mensen. Keith Jarrett was een rare man. Hij wilde overal waar die was in hetzelfde hotel slapen waar die altijd sliep als die keer daarvoor in dezelfde kamer, dat soort dingen. Als dat niet geregeld was, kon die niet spelen. Hij wilde zelf bepalen waar de piano stond op het toneel. Dat kwam soms echt op drie uur lopen over het toneel neer en dan liep die en dan voelde die en op een gegeven moment op de centimeter nauwkeurig wist die: hier moet dat ding staan en dan kon die spelen. Dat was Keith Jarrett. En Keith Jarrett kwam die avond aan in Keulen. Het hotel waar die altijd verbleef zat vol. Hij moest naar een ander hotel. Hij trok dat niet. Hij had afgesproken om half vijf, vijf uur in het Operahuis van Keulen waar die zou optreden en waar die zou kunnen bepalen waar de piano stond. Hij kwam daar aan om vijf uur en er was niemand. Het was 1976, er waren geen mobiele telefoons, hij moest wachten. De grote Keith Jarrett moest wachten aan een deurtje en om half zes kwam er een technicus die de deur opendeed, hij liet ‘m het podium zien en hij zag tot z’n grote schrik dat de piano er al stond. Bovendien was het een kleinere piano dan dat die gevraagd had en er zaten toetsen vast. Jij heeft toch gespeeld die avond. Hij heeft gespeeld en hij heeft bedacht: weet je, ik improviseer wel wat. Het is een concert van een uur en een kwartier. Het is een en al geïmproviseerd en het is het meest fantastische wat je ooit gehoord hebt. Het is magisch. Je hoort het publiek ook lachen. Als je goed hoort, hoor je het publiek ook lachen de eerste minuut omdat ze denken: wat is dit? Wat is dit? Je gaat toch niet op zo’n rare piano spelen. Dit concert is georganiseerd door een meisje van zeventien jaar, Vera Brandes heette dat meisje. En dat meisje van zeventien jaar die had op een gegeven moment bedacht, het lijkt mij wel leuk om jazzconcerten te organiseren. En ze had dus wat opgezocht, ze had eens wat mensen gebeld en ze had via via gehoord van deze ene Keith Jarrett. En ze had gehoord dat is een beetje een rare man. Die wil altijd in hetzelfde hotel slapen op dezelfde kamer, hij wil zelf bepalen waar de piano stond en ze wist dit allemaal. En ook zij kwam om half zes, zes uur aan in dat Operahuis en ook zij besefte zich: ik heb een gigantisch groot probleem. Ze is terug gerend naar een kantoortje, ze is allemaal vrienden gaan bellen: jongens we moeten een andere piano. Er was een jongen die zei toen: ik ken nog een plek aan de andere kant van Keulen, een muziekschool daar zouden we een piano kunnen halen. En toen zei iemand anders: het regent, dit heeft geen enkele zin, laten we dit niet doen. En Vera Brandes is naar Keith Jarrett toe gegaan. En ze heeft ‘m met haar mooiste, grootste ogen oprecht, dus niks raars denken, ze heeft hem oprecht gevraagd: zou je toch willen spelen vanavond alsjeblieft. En hij heeft het gedaan en het is nogmaals een van de mooiste concerten die je ooit zult horen.

 

En wat ik bijzonder vind aan dit verhaal, het is van a tot z echt gebeurd, is dat er nog een derde persoon is. Alleen die derde persoon die kennen wij niet. Maar er is ergens een man of een vrouw geweest die tegen een meisje van zeventien, toen ze vroeg: zou ik jazzconcerten mogen organiseren, heeft gezegd: doe dat maar. Doe dat maar, je bent zeventien, je hebt geen ervaring maar mijn rug heb je, ga dat maar organiseren. En als er een probleem is, je kunt bij mij terecht. Ga dat maar doen. En wie dat is? Dat weten we niet. Maar die rol is extreem belangrijk. Zonder die persoon was het hele concert niet geweest.

 

En als ik nadenk over jullie branche dan denk ik na over zo’n man of vrouw die op de achtergrond dat soort dingen aan het regelen is. En of je nou in een franchise zit of dat je nou in een groot conglomeraat zit, maar toch ergens moet er iemand op de achtergrond de dingen zien, de mensen kansen geven, de mensen vertrouwen geven en zorgen dat het allemaal loopt en dat er briljante concerten gespeeld kunnen worden. Zorg dat je die persoon bent en Stef is er om ook op de achtergrond vrolijk en blij toe te kijken en te snappen: nou hier valt niks aan te verdienen maar ook niets aan te verliezen en dat zal allemaal wel goedkomen. Maar zolang je dat kunt zijn in je leven dan heb je volgens mij een van de grootste doelen behaald die er kan zijn. En ik wens jullie dat allemaal toe, dat dat gaat lukken, dat je de persoon op de achtergrond kan zijn die zorgt voor magie en dat mensen dat voelen en dat mensen na een avond in jullie hotel geweest te zijn of misschien wel twee dagen, denken: ik weet niet wat ik precies allemaal heb meegemaakt maar dit ga ik de rest van mijn leven niet vergeten. En natuurlijk wens ik jullie ook toe dat jullie af en toe ook iemand hebben die om zeven uur ’s ochtends de deur opendoet en zegt: hé, hij is al wakker, en nou naar huis.

 

Vooralsnog wens ik jullie een hele mooie avond toe. Je bent in hartje Amsterdam. Ik weet niet wat jullie allemaal gaan doen maar dit gaat gigantisch leuk worden, dat voel ik nu al. Misschien dat ik nog effe aanschuif of loop of ik weet niet hoe het in mekaar zit en anders zit ik op kamer drie.

 

Ik geef jullie terug aan de spreekstalmeester en dank. Tot een volgende keer!